Zoutkamp (Gronings: Zoltkamp of Soltkamp) is een dorp in de gemeente De Marne in de Nederlandse provincie Groningen. Het dorp telt ruim 1.200 inwoners. De naam verwijst naar zijn ligging aan de voormalige Lauwerszee (kamp = veld).
De inwoners hadden vroeger als bijnamen Schelleviskoppen of Vlintboksems.
Geschiedenis
De eerste vermelding van de plaats stamt uit 1418, toen de plaats Soltcampum werd genoemd. De betekenis van de naam duidt mogelijk op de winning van zout uit het buitendijkse zoutveen. 'Sol' komt daarbij van 'sel' en betekent 'zout'.
Een 'kamp' is een omheind stuk land. Deze zoutwinning zou, net als bijvoorbeeld bij Kommerzijl, ten gronde zijn gegaan door de Tachtigjarige Oorlog.
Vesting
Zoutkamp lag op een strategische plek aan de monding van het Reitdiep in de Lauwerszee; tot de gereedkoming van het Eemskanaal in 1876 was dit de enige toegang tot de stad Groningen vanaf zee. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog was er
een Spaans garnizoen gelegerd. In 1576 werd de schans Soltecampe gebouwd als bolwerk van de troepen van de Spaanse koning. In de jaren daarop werden vanuit Friesland, dat onder het bestuur stond van de latere Republiek der Zeven
Verenigde Nederlanden, door watergeuzen plundertochten uitgevoerd naar de dorpen in de buurt van Zoutkamp en werden Warfhuizen en Zuurdijk in brand gestoken. Ook werden door de opstandelingen plannen gemaakt om de forten en verdedigingswerken in de Ommelanden te veroveren om zo de stad Groningen aan te kunnen vallen. Op 15 oktober 1589 zeilde Willem Lodewijk met 800 man vanuit Oostmahorn naar Soltkamp en wist het te veroveren tijdens de Slag om Zoutkamp. Zoutkamp was een militaire versterking waar vooral soldaten leefden.
De plaats bleef nog eeuwenlang een militair fort. Als sterkte stelde het echter na de 17e eeuw weinig meer voor. Aan het eind van de 18e eeuw, bij het ingaan van de Franse tijd in Nederland was de schans sterk vervallen.
In 1799 werd er daarom uit vrees voor een Engelse inval een Frans garnizoen geplaatst dat de schans en het bastion aan oostzijde herstelde en versterkte met een kustbatterij. Ook werd er in die tijd een kazerne gebouwd die later
in 1832 nog als tijdelijk ziekenhuis voor leprapatiënten is gebruikt. Nadat de vestingwet dit mogelijk maakte werd in 1879 het kruitmagazijn gesloopt, en in 1882 de gehele militaire vesting opgeheven.
|