U vraagt zich als buitenstaander misschien af waar de naam Lillo-Krabbevanger van deze website vandaan komt.
Sinjoren, dat zen die van Antwerpen, Stroppe, die van Gent, Ajuine wonen in Aalst en "KRABBEVANGERS" in Lillo. Dat de eerste steden iets groter waren dan
het polderdorpke zal u zeker wel beseffen, maar in Lillo krijgt ge dan ook echt de indruk dat ze met schuinmarcheerders hebben te maken. Plantrekkers en
ruw vissersvolk. Ja,"die van Lillo zijn krabbevangers", hangt dan ook al decenia lang in de visserijkamer van het poldermuseum op het fort te kijk.
Krabben komen voor op vele plaatsen in de wereld. Ze zijn er in diverse afmetingen en soorten, allemaal aangepast aan hun biotoop en omgeving.
Zo huizen in de brakwatergebieden van de zeeschelde opnieuw enkele krabbensoorten. Ze hebben zich aangepast aan de heersende getijden en omgeving.
net zoals de zeehonden zijn ook de krabben en enkele vissoorten door de veranderingen op de Schelde bijna of helemaal verdwenen. En net als met de zeehonden
zijn dank zij de inzet van verschillende groeperingen zoals natuurpunt, de VMM (vlaamse milieu maatschapij) en vele centjes van de chemische industrie
(zuivering installaties), het kwaliteitsniveau van het Scheldewater terug de hoogte ingebracht. Natuurlijk, en ik citeer een medewerkster van de VMM
"kan in 10 jaar de klok geen 50 jaar worden teruggedraaid".
Komt daar bij dat men heden ten dagen niet meer in lange maar korte termijn word gewerkt wat betreft havenuitbreiding en uitdiepingen van onze rivier.
Hiermede geeft men natuurlijk de natuur niet de mogelijheid of kans zich opnieuw op te bouwen. Ook de verminderde oppervlakte zorgen eveneens voor verminderde
snelheid waarmede het biotoop zich hersteld.
Dan is er nog de komende aanpassingen en heraanleg van de Zee-en Scheldedijken welke opnieuw in de pot zal gaan roeren en flink zal huishouden
in de langzaam stijgende stabiliteit en verbetering van het schor.
Hoe kregen ze nu in hemelsnaam die beestjes op het droge? Heel simpel hoor, niks slimmer dan een Belg, maar hij moet leven.
Ge neemt een metalen fietsvelg, of maakt een vierkant in licht metaal vb; rond ijzer. Spant er een jutte stof over
( Vb aardappelzak, meelzak of vaderlanderke = zandzakje), breng op deze jutte zak enkele mosseltjes aan en zorg dat het hele zaakje naar de bodem
van de Schelde kan zakken en opnieuw worden opgehaald.
Het was niet te geloven hoe snel je een poosje bij elkaar had gevangen.
Niet alleen diegene welke voorzien van het bovengnoemde visgerij het haventje van Lillo bezochten gingen huiswaarts met hun possie krabben,
neen, er waren er die alleen een bolleke touw een grote moer en mosseltjes nodig hadden. De moer diende als kontergeicht,
hier en daar een mosseltje aan het touw en zakken maar. Vangst verzekerd.
Mossel, garnaal, spiering en platvis, ooit arme mensen eten. Nu, nu betaal je u blauw om de Schelde op je bord te krijgen. Maar deze krabbevanger zal nooit
vergeten hoe het rook, smaakte en buikjes vulde.
En dat ze de krabbekes van Lillo al lang vangen en ze graag mochten, bewijst het feit dat onze allerbekende Kees Van der Goten,
oud heemkunde gids van het museum, een uit het gezegende jaar 1929 tekst komt te publiceren in het Polderheem betreffende deze gebeurtenissen.
Lillo, de kleine vlek aan de boorden van de Schelde, wordt op warme zomer-zondagen druk door de sinjoren bezocht, die er de edele krabbejacht uitoefenen. jammer is
het te noemen dat Lillo zo slecht met de stad verbonden is, doch laten de krabbevangers zich troosten met de gedachte dat er plannen zijn voor en electrische
tramverbinding in wording zijn.
"Bron: Polderheem nr 2 - 2de kwartaal 1997 32e jaargang"